Spring naar content

Poetry Slam Coaching

Zeven tips om te schitteren op het NK Poetry Slam

Door: Carmien Michels

 

Januari 2016.
De finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam in de Cloud Nine zaal van TivoliVredenburg te Utrecht. Net als mijn medekandidaten ben ik bloednerveus voor wat er komt en toch kijk ik met open mond naar de Amerikaans-Dominicaanse slampion Elizabeth Acevedo die het voorprogramma verzorgt. Backstage was ze enorm aardig, ze maakte tussen haar voorbereidingen door tijd om de finalisten te leren kennen en ons aan te moedigen. Back home is ze niet alleen schrijver en performer, maar ook coach van jongeren die worstelen met hun roots en zelfbeeld, een worsteling die ze leren vertalen naar pen en podium. Haar betrokkenheid backstage maakt dat wij hier nu tussen het publiek staan, ondanks onze zenuwen die aan hoogspanningsmasten hangen. Straks staan wíj daar. Om het beste van onszelf te geven. In de hoop met onze poëzie het publiek te raken, te engageren, te schofferen en misschien wel te doen lachen. In de hoop in onszelf iets essentieels te treffen dat z’n weg vindt naar wie luistert.
 

Tip 1:
Meet de temperatuur van de avond op. Maak kennis met je medekandidaten. Neem een kijkje in de zaal. Welk effect heeft de belichting op je gemoed? Test de microfoon. Leer de technici en de presentatoren bij naam kennen. Probeer het publiek aan te voelen nog voor je zelf op het podium staat. Trek je dan terug om te focussen. Wanneer je de bühne betreedt, moet je resetten. Ademhalen. Het publiek aankijken voor je begint te spreken. Hoe zit het met de temperatuur: is deze gezakt of gestegen?
 

Terwijl Elizabeth Acevedo met veel power en pit haar klassieker Hair brengt, valt mij de rust op die ze uitstraalt. Ze heeft alles onder controle en toch lijkt het alsof ze haar tekst ter plekke uitvindt, of ze hem speciaal voor dit publiek in Cloud Nine heeft geschreven en nu voor de eerste keer brengt. Ze vangt aan met een persoonlijke anekdote om uit te zoomen op een bredere thematiek, die impact heeft op het dagelijkse leven van mixed Americans en in feite van alle mensen met een afro-coupe: ‘My mother tells me to fix my hair. And by ‘fix’, she means straighten. She means whiten. But how do you fix this ship-wrecked history of hair?’ Haar hoge graad van betrokkenheid met enerzijds de thematiek, anderzijds de zaal, maakt dat het publiek, dat grosso modo andere haren heeft, zich persoonlijk aangesproken voelt.
 

Tip 2:
Leer je tekst uit het hoofd om hem vervolgens te vergeten. Ontdek de beelden samen met de toehoorder. Bouw steen voor steen op. Proef de woorden terwijl je ze uitspreekt. Laat ze door je heen gaan: welke invloed heeft de sfeer van de zaal op hoe jij je gedicht hier en nu beleeft? Laat de tekst zijn werk doen. Zet je nooit boven het publiek of je gedicht. Zenuwen durven weleens in te fluisteren dat de tekst op zichzelf niet sterk genoeg is, dat jij hem béter moet maken door bijvoorbeeld te variëren in volume. Luister daar niet naar. Luister naar je tekst: wat wil deze jou vertellen? Veins geen stoerheid of deins niet terug. Toon je kwetsbare zelf en mix deze met veerkracht, techniek, ritme en oogcontact.

 

Wanneer ik zelf lesgeef, laat ik doorgaans Acevedo’s veelbekeken Ted Talk zien: ‘I use my poetry to confront people with violence against women’. Hierin vangt ze aan met een oud gedicht dat minder toegankelijk is dan Hair maar me keer op keer bij de keel grijpt. Een kort gedicht dat eindigt met het appel: ‘I want you to tell me this is the last poem I will ever write about a girl who danced with the night in her palm’. Het is gebaseerd op de brute moord op een klasgenote, tien jaar eerder. Acevedo zou de tekst liever niet meer brengen, vertelt ze, maar zolang vrouwen worden aangerand, gemanipuleerd, gebrutaliseerd en vermoord, is ze het hen verplicht. Opdat ze niet geminimaliseerd worden tot een vlugge hashtag, opdat ze niet verdwijnen met de volgende nieuwsflits. ‘And this work of art is to elevate those stories, to elevate those pieces.’
Maatschappelijk engagement en vormelijke vernieuwing typeren Acevedo’s werk. Haar gelauwerde debuutroman The Poet X is volledig opgebouwd uit inventieve verses en moedigt de lezer aan om de pen op te pakken, heilige huisjes omver te werpen, ruimte in te nemen en anderen tegemoet te komen. Verderop in de Ted Talk zet de entertainer in Acevedo haar beste beentje voor om de sfeer te verlichten, het publiek bij de hand te nemen, te amuseren en te temmen. Dit korte openingsgedicht echter is eigenzinnig en dense, met vervlochten beelden die je later wil herlezen. Het wil niet scoren of pleasen. Het wil bijdragen tot een wereld waarin het gedicht haar eigen urgentie verliest en zichzelf overbodig maakt.
 

Tip 3:
Wees zorgvuldig in je tekstkeuze. Wat wil je laten zien in de verschillende rondes? Het is veilig om met een ‘klassieker’ te beginnen: een tekst die je al vele malen bracht, die als het ware samenvalt met je lijf en leden. Net zoals je voor een outfit kiest waarin je je goed voelt. En toch sta je zelden met een verlepte jogging op het podium. Evenmin ga je voor een tekst die je op stand-by kan brengen. Nee, zoek die tekst uit die je hart sneller doet kloppen, die nog steeds actueel en urgent is, die fysieke spanning opwekt omdat je er iets mee op het spel zet. Je geeft namelijk inkijk in de community waartoe je behoort, in het wereldbeeld dat je bevecht of koestert, in de poëtische vernieuwing die je nastreeft. Je neemt standpunt in. Of het nu over een oud of nieuw gedicht gaat, over een maatschappelijk thema, een absurdistische act of iets diep persoonlijks. Je gaat naakt, in de aloude arena die altijd weer angst aanjaagt. Dan toch liefst met een tekst die snijdt als een zwaard?

 


 

Fast forward naar september 2017, naar datzelfde TivoliVredenburg in Utrecht, maar nu naar de Nacht van de Poëzie in de grote zaal. Ik moet pas rond een uur of 3 op. Vanuit de backstage sluit ik me aan bij een kluitje dichters die bij elkaar gedromd staan te kijken naar de hoofdact  van het programma: Antjie Krog. Ze treedt relatief vroeg op de avond aan. Het is stil in de zaal, die op dit moment zo’n vijftienhonderd poëzieliefhebbers herbergt. Krog leest voor uit Waar ik jou word, de bloemlezing die haar beste werk van de afgelopen 50 jaar verzamelt. Ze spuwt en bijt in het legendarische gedicht Narratief van klip (‘steenvertelling’), gevolgd door het zachtere Hoe sê mens dit (‘hoe zeg je dat’), over de begeerte van oude lichamen. Nadien is de bundel in een mum van tijd uitverkocht. Ook ik verslind hem de volgende dag en lees er maandenlang uit voor aan vrienden die bij mij op bezoek komen, of ze nu van poëzie houden of niet. Hier op de Nacht zie ik haar voor het eerst live aan het werk. Haar Afrikaans is een taal die we begrijpen, en toch ook niet. Het is de stelligheid waarmee Antjie Krog spreekt, de frasering, de goed gekozen pauzes, de mystieke fluisterstem, de onbeschaamdheid waarmee ze plots haar stem verheft en vloekt, de urgentie die door elke lettergreep dendert — de uitmuntende beheersing van haar gehele instrument maakt dat Krogs performance de zaal tot de hoogste focus dwingt en de gedichten doet uitstijgen tot een spits en ritmisch geheel dat het begrip te boven gaat.
 

Tip 4:
Bereid je mentaal en fysiek tot in de puntjes voor. Je mimiek, houding, ademhaling, stembereik en articulatie zijn cruciale onderdelen van je instrument. Warm je stem en spraak dagelijks op. Breng je lichaam in een goede conditie. Bekijk de woorden van je gedicht als noten die je in tal van akkoorden kan combineren; probeer ze allemaal uit. Week de tekst los van het blad door je lichaam te engageren bij het inoefenen. Leg evenwel geen gebaren of intonaties vast, dit belemmert je vrijheid als je straks op de planken staat. Zeg je tekst op terwijl je voor een rood licht wacht, terwijl je jogt, zwemt, eet, je tanden poetst. De banale beperking van tandpasta in je mond, een jachtige ademhaling of plotse voorbijgangers die vreemd naar je kijken, houd je alert, laat je reageren op het moment zelf. Het is die alertheid en openheid waarop je moet oefenen.
 

‘In / die weelde van ervaring strek ek my uit. dis / asof jy dieper in my is, ek stiller, asof ons / met grotere heelheid kom’. Antjie Krog leest niet voor, maar bedrijft haar gedichten. In Hoe sê mens dit zegt ze de zachte losheid van oude billen te verkiezen boven de ‘jong harde beneukte jagsheid / van vroeër’ (‘de jonge harde primitieve geilheid / van vroeger’). Dankzij haar levens- en podiumervaring is haar stem stevig en geaard, of ze nu met furie of fluistering spreekt. Dan weer verrast ze het publiek met een kwinkslag of obscene taal en volgt er een plots lachsalvo door de hele zaal. Met bewondering observeer en analyseer ik de Zuid-Afrikaanse die intussen 50 jaar geleden debuteerde: hoe pakt zij het aan? Wat kan ik eruit leren? Ben ik in staat mezelf te overstijgen? En ik denk willekeurig aan Stromae die zijn culthitCarmen op Bizets opera inspireert. En aan Kate Tempest – wier bundel Tiresias juist in mei jongstleden in Nederlandse vertaling verscheen – die in haar gedicht De oude rotten die zich zo goed weerden op haar beurt refereert naar het gedicht Hoe word je een groot schrijver van Bukowski: ‘als je denkt dat zij [de oude rotten] niet gek werden / in kleine kamertjes / zoals jij op dit moment / zonder vrouwen / zonder eten / zonder hoop / dan ben je er niet klaar voor’.

 
Tip 5:
Lees en leer van de oude rotten. De levende en de dode. Lees je generatiegenoten. Lees wat leeft bij de jeugd. Lees en observeer ze op het podium. Wat trekt je aan in hun performance? Wat kan je schaamteloos stelen om er vervolgens iets geheel eigenzinnigs van te maken? Wat stoot je tegen de borst, aan welke tic maak je je zelf schuldig? Het vraagt enorme wilskracht, geduld en doorzettingsvermogen om je teksten en performances steeds opnieuw in vraag te stellen. Teruggrijpen naar de oude goden en de oude rotten geeft inzicht in de traditie waarop je voortbouwt of waartegen je je afzet. Mij biedt het vaak troost.

 

 

Ik houd niet van acts waar het sentiment van af druipt. Ik houd niet van zangers wier gezichten al vertrekken van de chagrin d’amour nog voor ze hun liefdeslied inzetten. Ik houd niet van vooraf ingeoefende gesticulaties die dubbelop zijn met de tekst. De performance van Je suis malade door Lara Fabian kan je in bovenstaande bedjes ziek noemen en toch houd ik er enorm van. Ze heeft zo’n uitmuntende techniek en vangt aan met een dergelijke intensiteit dat ze vanaf de eerste noot mijn innerlijke criticus meteen op mute zet. Geen enkel ogenblik geeft ze af. In elke strofe, in elke refrein bouwt ze verder op, tot het punt dat de toeschouwer naar adem hapt, denkt dat het niet nog straffer kan. De muziek valt stil. A capella doet Fabian er nog een schep bij, en nog een. Ik kan er keer op keer naar kijken en altijd weer krijg ik kippenvel. De welgemikte pauzes en tour de forces, geven en nemen, afwijzen en weer binnenhalen, leiden tot een weergaloze climax.
 

Tip 6:
Bouw spanning op. Toon oprechte verontwaardiging, vuur, pijn, pit, plezier, perversie of breekbaarheid.  Verken de leemtes tussen de woorden in. Welke pauzes bezorgen je zelf kippenvel? Loop de randen af, laat het schuren. Daag jezelf uit. Overtref jezelf.
 

Tijdens een poëziefestival in Nicosia zag ik een slamster die op vergelijkbare wijze als Fabian opbouwde, met een ode aan alle vrouwen die ze had bemind. Een Russische slammer had het dan weer over borsjt, de vreselijke soep die hij dagelijks moest eten op school, ook wanneer hij ziek was, waardoor hij overgaf. De kleuterjuf zag het verschil niet tussen de borsjt en het braaksel dus moest hij in de refter blijven zitten tot zijn bord leeg was. Borsjt! Borsjt! Borsjt! gilde hij telkens weer. Het publiek ging uit zijn dak! Een slammer uit Zwitserland, Narcisse, liet het publiek ‘Toi, tu te tais’ (‘Jij daar, zwijg jij maar’) mee roepen, op een traag tempo, zodat hij tussen die vier lettergrepen in vliegensvlug andere lettergrepen kon voegen. ‘Toi’ werd bijvoorbeeld ‘é-Toi-le’, ‘Tu’ werd ‘Tu-er’. Er ontstond een ingenieuze tekst ondersteund door de gescandeerde viertand. Ik herinner me de golf van euforie die door het publiek ging na het hoogtepunt. Alle juryleden gaven hem 10 punten. Ze konden ook niet anders. Hij excelleerde in die mate dat elk ander punt afbreuk zou doen aan de magie van het moment.
 

Tip 7:
Gooi al mijn voorgaande tips in de lucht. Gebruik het publiek en de ruimte om iets uit te proberen wat je misschien nooit eerder deed. Durf op je bek te gaan. Amuseer je. Wat een heerlijkheid als je een zaal op je hand hebt, als alles even één wordt. Ik houd erg van het adagio dat menig presentator aan het begin van internationale slamtoernooien bezigt: The points are not the point, the point is poetry.
 

Scroll naar boven